sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Schakel- en Verdeelinrichtingen

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Schakel- en Verdeelinrichtingen-kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Schakel- en Verdeelinrichtingen

 

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Service & Advies

Redactieleden

Prof.dr.ir. J.F.G. Cobben

Prof.dr.ir. J.F.G. (Sjef) Cobben (1956) is afgestudeerd... >> Bekijk biografie

Ir. R.J. Ritsma

Ir. R.J. (Roel) Ritsma is senior consultant en directielid... >> Bekijk biografie

Veelgestelde vragen

Verdeelinrichtingen

Ik heb bij de groothandel een gedeelte van een verdeler ontvangen, deze wordt samengebouwd tot een grotere verdeler.   Type Eaton Holec Ea 1863822 - ton Holec lichtgrkst gl446n   6 licht eindgroepen, niks spannends! Na het uitpakken viel natuurlijk meteen op 12 eindgroepen (zekeringhouders) maar 6 eindgroep schakelaars? Daar keek ik wat vreemd op.   Nu blijkt na wat onderzoek: de Fase en de nul worden beide apart afgezekerd, eigenlijk dus dubbelpolig, dit is zo vreemd nog niet, maar wel in dit type kast naar mijn idee en totaal niet overzichtelijk, en voor een minder bekwaam persoon dan al helemaal niet meer. Misschien word het al heel lang zo toegepast, maar ik moest wel 2 x kijken voor dat ik dit door had.   Mijn vraag is: mag dit nog wel worden toegepast en waar staat dit in de Norm?

De kast in kwestie is een kast die inderdaad, zoals de vraagsteller aangeeft, is uitgevoerd met een zekering in de fase en een zekering in de nul. Deze configuratie is bijzonder en komt in Nederland niet vaak voor. Normaal behoeft de nul niet gezekerd te worden in TT- en / of TN-netten. In IT-netten moet dit wel en in bv Belgie zijn er verzorgingsgebieden waar de transformator voor 230V in driehoek geschakeld staat.  

<<...>>

Ten aanzien van de overzichtelijkheid zijn er beperkte eisen in de norm opgenomen. Het moet bijvoorbeeld overzichtelijk zijn door plaatsing van componenten en / of door codering. De kast in kwestie is feitelijk heel gestructureerd opgebouwd met zekeringen en schakelaar in lijn. Als we uit zouden gaan van 1 zekering voor alleen de fase en een groepenschakelaar erboven zou dit, denk ik, voor een ieder duidelijk zijn.

Samengevat: duidelijkheid en overzichtelijkheid van een kast is niet altijd geheel objectief gegeven, echter de uitvoering van deze specifieke kast is bijzonder en weinig voorkomend.

Moet een verdeelkast in een van sprinkler voorziene fabriekshal een IP 54 afdichtingsgraad hebben? Waar staat dat in NEN 1010?

Als de verdeelinrichting beschermd moet worden tegen waterstralen (sprinkler) dan is een uitvoering van IP 45, IP 55 nodig (zie blad 27 van de NPR 5310).

Spanningsvastheidstesten

Volgens hoofdstuk 18 zal er ook een doorslag- en een ontladings test uitgevoerd moeten worden. Hier hadden wij enkele vragen over. Is de doorslagtest niet wat te heftig, omdat er 1000VAC gestest wordt? En moeten de gevoelige componenten die kunnen defect raken afgeschakeld worden? Moet er bij de ontladingtest moet er alleen aan de ingang getest worden of ook aan de uitgangen?

 

Clause 11 Routine verification van 61439-1 gaat hierover, deze clause geldt ook voor IEC61439-3 (Residential/domestic).

 

Spanningsvastheidstest

cl.11.9  Een spanningsvastheidstest dient uitgevoerd te worden gedurende 1 sec.

  • Hoeft niet op hulpcircuits beveiligd met 16A
  • Hoeft niet op hulpcircuits welk functioneel getest zijn met aangesloten bedrijfsspanning.

 

Het hoofdcircuit dient altijd aan een spanningsvastheidstest onderworpen te worden. Testspanningen zijn een functie van de opgegeven isolatiespanning; zie tabel 8 van IEC61439-1.

 

Stootspanningsvastheidstest (Kunstmatige bliksem 1,2/50µs)

cl.11.3 Clearances and creepage distances.

 

Verificatie stootspanningsvastheid:

  • a-middels een stootspanningst indien: luchtweg < 1x  dan de in tabel 1 vermelde waarden.
  • b-middels geometrische meting of stootspanningstest indien:  1x < luchtweg < 1,5x dan in de tabel 1 vermelde waarden.
  • c-middels inspectie of stootspanningstest indien:  luchtweg > 1,5x dan in de tabel 1 vermelde waarden.

               

Wel of niet uitvoeren van de stootspanningstest is dus afhankelijk van ontwerpspecificatie (design verification of construction); luchtweg.

Praktisch kun je alleen bij punt c een stootspanningstest achterwege laten.

Bij punt a kom er je niet onder uit, bij punt b is het in de meeste gevallen te omslachtig om de geometrische meting uit te voeren, een stootspanningstest is dan efficiënter.

Aardlekschakelaars

Wanneer men voor het spanningsloos en stroomloos maken van een schakel- en verdeelinrichting een aardlekschakelaar als lastscheider gebruikt, is de voorwaarde wel dat de scheidingsafstand van de contacten tenminste 3 mm bedraagt en de beveiligingstoestellen waarmee de schakel- en verdeelinrichting is beveiligd niet groter zijn dan 63 A. Onze vraag is nu: hoe weet ik dat de scheidingsafstand van de contacten van de aardlekschakelaar tenminste 3 mm bedraagt? 

 

Dit zal door de fabrikant van de component bevestigd moeten worden.

TN-stelsel

Bij een project dat in uitvoering wordt genomen, hebben we een bestaand gebouw en een uitbreiding naast het bestaande gebouw. In het bestaande gebouw staat de hoofdverdeelinrichting opgesteld. Het betreft een TN-stelsel. De aarding is uitgevoerd als fundatie-aarding. De aardverspreidingsweerstand is voldoende laag (mede doordat de aarding via de voeding wordt aangeleverd).   Het nieuwe gebouw wordt ook uitgevoerd met fundatie-aarding, waarvan de verspreidingsweerstand laag genoeg is. Is het toegestaan de onderverdeelinrichting in het nieuwe gebouw te voeden met een 4-aderige kabel? (3 fasen en een nul). Als beschermingsleiding wordt gebruik gemaakt van de fundatie-aardingen welke via de grond met elkaar zijn doorverbonden (niet via een koperleiding). De weerstandswaarde van de verspreidingsweerstand is laag genoeg.   Goed bezien probeer je in deze situatie binnen de eigen installatie over te gaan van een TN-stelsel naar een TT-stelsel. Mag dit? 

 

Het is niet verboden om over te gaan van TN naar TT- stelsel. Het is echter zeker niet aan te bevelen. Het TN-stelsel is veruit het beste stelsel. Om ook bij bliksemontladingen spanningsverschillen tussen nul en aarde te voorkomen, is TN aan te bevelen. 

Transformatoren

Wij plaatsen voor een project drie transformatoren. Deze transformatoren voeden ieder hun eigen verdeler. Bij uitval van één van de transformatoren kunnen de verdelers gekoppeld worden door middel van een koppelschakelaar zodat de installatie wel operationeel kan blijven.   Mijn vraag is: mag dit koppelen zomaar? Wat als de uitgevallen transformator weer in werking treedt en de twee transformatoren parallel komen te staan? Of wat gebeurt er als de transformatoren nog actief zijn en ik de koppelschakelaar inschakel? Moet ik ook vergrendelingen of beakingen toepassen?

Het koppelen van de diverse verdeelinrichtingen is heel gebruikelijk. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de nominale stroom van de koppelschakelaar. Indien twee (of zelfs drie) transformatoren de drie verdeelinrichtingen gaan voeden omdat de koppelschakelaars zijn ingeschakeld, moet rekening worden gehouden met het kortsluitvermogen van de verdeelinrichtingen. De kortsluitstroom die kan ontstaan bij de voeding met twee (of zelfs drie) transformatoren is vele malen hoger dan met één transformator.

 

Let op dynamische en thermische kortsluitvastheid van de verdeelinrichting en de componenten die in de verdeelinrichting worden gebruikt, zoals installatieautomaten en dergelijke. Het parallel zetten van transformatoren kan en mag uiteraard alleen gebeuren indien de transformatoren identiek zijn. Hierbij moet rekening worden gehouden met:

 

  • spanningen;
  • klokgetal;
  • kortsluitvermogen van de transformator;
  • verliezen van de transformator.

Kortsluitstromen

Als wij een verdeler met een kortsluitstroom van 6 kA hebben, welke invloed heeft deze kortsluitstroom op een motor achter deze verdeler? Dezelfde vraag voor een eindgroep van 20 A met een apparaat met een glaszekering van 2 ampère.

De kortsluitvastheid van de schakel- en verdeelinrichting heeft geen invloed op de aangesloten motor achter de verdeelinrichting. De kortsluitvastheid van de verdeelinrichting vertelt tegen welke kortsluitstromen de verdeelinrichting bestand is. In dit geval dus een kortsluitstroom van 6 kA.

 

De beveiligingen die worden toegepast in de verdeelinrichting moeten in staat zijn deze kortsluitstroom te kunnen afschakelen. Veelal zijn Diaz smeltpatronen (de gewone schroefpatronen) kortsluitvast tot circa 100 kA. Daarentegen hebben de glaszekeringen een beperkte kortsluitvastheid. Een en ander is sterk afhankelijk van fabrikant en type. Veelal is dit eenvoudig bij de leverancier of fabrikant na te vragen.

PEN-leiding

Mag de kerndoorsnede van een PEN-geleider de helft zijn van de fasegeleider in een driefasennet?

 

De PEN-leiding is een gecombineerde PE- en nulleiding. De minimale doorsnede die moet worden gevolgd, is die van de nulleiding. De volgende tabel kan worden gevolgd:

 

Hoofdschakelaars

Moet elke schakelkast worden voorzien van een hoofdschakelaar? Het gaat hierbij om een MCC-kast (Motorgroepen end) en twee besturingskasten. Eén besturingskast staat naast de MCC, de ander staat op een andere locatie op het terrein. Moeten deze besturingskasten worden voorzien van een hoofdschakelaar? De voeding voor deze beide kasten komen uit de MCC.

 

Elke schakel- en verdeelinrichting moet zijn voorzien van een hoofdschakelaar. Dit geldt dus ook voor deze besturingskasten.

Leidingen en kabels

In de norm NEN-EN 60439 staat de (vertaalde) opmerking; geïsoleerde leidingen mogen niet rusten op blanke actieve delen met een ander potentiaal of op scherpe hoeken en moeten deugdelijk zijn ondersteund. Dit zou betekenen dat bedrading, welke tegen een rail aan is gemonteerd (d.m.v. ty-raps o.i.d.)  of bovenop de rail ligt, niet correct is gemonteerd. Nu hebben wij de volgende vraag; als de interne bekabeling van de verdeelinrichting los van boven naar beneden hangt (vanaf de aansluitklemmen naar de beveiligingen) en deze hangt dan los tegen een blanke rail aan, is dit dan ook fout?   Wanneer kan je over de interne bedrading een opmerking maken? Wat is de achterliggende gedachte van deze bepaling?

 

Bij geïsoleerde massieve of buigzame leidingen gelden de volgende bepalingen.

 

  • Zij moeten zijn berekend voor ten minste de toegekende isolatiespanning (zie 5.2.3) van de desbetreffende stroomketen.
  • Geleiders die twee aansluitingen met elkaar verbinden, mogen geen tussenliggende las bevatten, bijv. huls, klem of soldeerverbinding.
  • Bij geleiders die alleen zijn voorzien van fundamentele isolatie moet worden voorkomen dat zij in contact komen met blanke actieve delen op verschillende potentiaal.
  • Voorkomen moet worden dat geleiders in contact komen met scherpe randen.
  • Voedingsleidingen naar toestellen en meetinstrumenten in beplatingen of deuren moeten zo zijn aangelegd dat bewegingen van deze beplatingen of deuren niet kunnen leiden tot mechanische beschadiging van de geleiders.
  • Gesoldeerde verbindingen naar toestellen zijn uitsluitend in SCHAKELINRICHTINGEN toegelaten wanneer de toestellen zijn ingericht voor deze uitvoeringswijze van verbindingen en het gespecificeerde type geleider wordt toegepast.
  • Bij andere toestellen dan hierboven genoemd, die aan sterke trillingen zijn blootgesteld, is het niet aanvaardbaar om kabelschoenen of de uiteinden van samengeslagen geleiders te solderen. Op plaatsen waar bij normaal bedrijf sterke trillingen optreden, bijvoorbeeld bij het werken met baggermachines en kranen, bij werkzaamheden aan boord van schepen, bij heftoestellen en locomotieven, behoort aandacht te worden gegeven aan de ondersteuning van geleiders.
  • In het algemeen behoort er slechts één geleider op een aansluitklem te worden aangesloten; het aansluiten van twee of meer geleiders op één aansluitklem is uitsluitend toegelaten wanneer de aansluitklemmen daarvoor zijn ontworpen.

 

De dimensionering van vaste isolatie tussen afzonderlijke stroomketens moet zijn gebaseerd op de stroomketen met de hoogste toegekende isolatiespanning.

 

Hierin wordt duidelijk verwoord dat het niet mag en feitelijk ook dat je maatregelen moet nemen om te voorkomen dat het kan gebeuren.

 

De achtergrond van deze eis staat niet in de norm, maar is tweeledig:

  • Een blank koperen rail mag veel warmer worden dat een geïsoleerde leiding.
  • Bij ‘bundelen’ van geïsoleerde geleiders moeten ze individueel voorzien zijn van een isolatie uitgelegd op het hoogste spanningsniveau. Een blank koperen rail heeft door de montage ‘luchtweg’ isolatie, indien je een leiding er tegenaan legt doe je deze teniet.

 

Opmerking: de ‘oude’ 60439 had een analoge verwoording.

Overig

Graag uw reactie of onderstaande beweringen juist door ons worden gezien en toegepast: Voor de warmteberekeningen volgens optie 1 en 2 geldt; "Geen enkele inbouwcomponent zal boven de 80 % van zijn nominale stroom belast worden" Een installatieautomaat met een In van 16A wordt dan 12,8A. Een hoofdschakelaar met een nominale belasting van 25A wordt 32A. Bij magneetschakelaars geldt dan de Ie voor AC-3 bedrijf. Bij vermogensautomaten is dit de Iu, rekening houdend met de derating volgens opgave leverancier. Voor de warmteberekening wordt gerekend met de bedrijfsstroom en niet met de nominale stroomwaarde van het component.

  1. Voor de warmteberekeningen volgens optie 1 en 2 geldt; "Geen enkele inbouwcomponent zal boven de 80 % van zijn nominale stroom belast worden"--> klopt
     
  2. Een installatieautomaat met een In van 16A wordt dan 12,8A. --> klopt
     
  3. Een hoofdschakelaar met een nominale belasting van 25A wordt 32A. --> klopt
     
  4. Bij magneetschakelaars geldt dan de Ie voor AC-3 bedrijf.--> Je mag uitgaan van de thermische stroom. Voor magneetschakelaars mag je de Ie nemen voor AC1.

    Tekst voorschrift:

    the rated current of the circuits of the ASSEMBLY to be verified (see 10.10.1)shall not exceed 80 % of the rated conventional free air thermal current (Ith) if any, or the rated current (In) of the switching devices and electrical componentsincluded in the circuit.

    Circuit protection devices shall be selected to ensure adequate protection to outgoing circuits, e.g. thermal motor protection devices at the calculated temperature in the ASSEMBLY;

    NOTE 1 There is no common characteristic for switching devices and electrical components that describes the value of current to be used here. For the purpose of verifying the temperature rise limits the value of current is used, which describes the maximum continuous operational current that can be carried without overheating.This is e.g. for contactors the rated operational current Ie AC1 and for circuit breakers the rated current In.
     

  5. Bij vermogensautomaten is dit de Iu, rekening houdend met de derating volgens opgave leverancier.--> formeel mag je van de Iu uitgaan. Derating bij verhoogde omgevingstemperatuur wordt als zodanig in het voorschrift niet genoemd. Je zou kunnen stellen dat die met de maximale 80% belasting al afgedekt is.
     
  6. Voor de warmteberekening wordt gerekend met de bedrijfsstroom en niet met de nominale stroomwaarde van het component.--> In de 2de editie van de 61439 wordt letterlijk gesteld dat je deze moet doen op basis van de InA of Inc waarde. Je mag de gelijktijdigheidsfactor niet meer meenemen. Wel rekening houden met de waarde van InA voor de belasting van de afgaande groepen.

    Tekst voorschrift:

    The effective power losses of all circuits including interconnecting conductorsshall be calculated based on rated current of the circuits. The total power loss of the ASSEMBLY is calculated by adding the power losses of the circuitstaking additionally into account that the total load current is limited to the rated current of the ASSEMBLY.

Op een van onze locaties is een besturingskast besteld bij een Duitse firma.  Men heeft hierbij niet aangegeven dat deze kast moet voldoen aan de NEN1010. Deze kast voldoet wel aan de DIN VDE0100-100  /  IEC 60439-1 (Niederspannungs-Schaltgerätecombinationen) / en de NEN-EN-IEC 60204-1 (Sicherheit von Maschinen-Elektrische Ausrüstungen von Maschinen / Algemeine Anforderungen). Mag ik deze kast gebruiken in Nederland?

Als de besturingskast onderdeel uitmaakt van een machine (en gezien de naam besturingskast lijkt het daarop) is de NEN-EN-IEC 60204-1 van kracht. Deze norm wordt zowel in de machine richtlijn als in de laagspanningsrichtlijn gerefereerd.

 

Deze NEN-EN-IEC 60204-1 wijst voor samenbouw door naar de 60439 (of naar de meer recentere 61439)

 

4.2.2 Elektrische uitrusting die voldoet aan IEC 60439-reeks De elektrische uitrusting van de machine moet voldoen aan de veiligheidseisen die het resultaat zijn van de risicobeoordeling die voor de machine is uitgevoerd. Afhankelijk van de machine, het bedoelde gebruik en de elektrische uitrusting ervan, mag de ontwerper delen van de elektrische uitrusting van de machine kiezen die voldoen aan de relevante delen van IEC 60439-reeks (zie ook bijlage F).

OPMERKING In IEC 60439-reeks worden eisen gespecificeerd voor uitrusting die een breed bereik omvat van mogelijke toepassingen van laagspanningsschakel- en verdeelinrichtingen.

 

Meer gedetailleerde verwijzingen zijn elders in de 60204 opgenomen. Bedacht moet worden dat de 60204 maar beperkte aanwijzingen geeft hoe je nu met een samenbouw moet omgaan. Praktisch is het toepassen van de 60439 / 61439 (na 1 nov vervalt de referentie naar de 60439 in de EU richtlijnen) de meest voor de hand liggende wijze om te komen tot een goed onderbouwd paneel.

 

 

Indien de besturingskast geen deel uitmaakt van de machine maar van de vaste gebouwgebonden installatie is in Nederland de NEN 1010 van kracht. Dit is een nationale norm die in Duitsland als tegenhanger de VDE 0100 kent. Er zijn verschillen tussen de NEN en de VDE, bv op het gebied van enkelpolig of

2 polig schakelen of mbt de toepassing van 30mA aardlekschakelaars. De eisen voor de samenbouw zijn in alle gevallen volgens de 60439-1 en daarmee niet verschillend, maar de keuze van componenten of beveiligingen kan anders zijn.

 

Let wel: er is dus sprake van of de 60204 of de NEN 1010, maar niet van beide.

De nieuwe norm NEN-EN-IEC 61439 bevat nieuwe voorschriften ten aanzien van de kerntemperatuur van interne bedrading in een paneel. Hiervoor wordt 90 graden draad voorgeschreven. Wij gebruiken in de vermogenskringen ook deze bedrading. Echter voor de stuurstroom zijn vermogens helemaal niet van toepassing, maar gaat het vaak om kleine stromen vanuit bijvoorbeeld PLC kaarten. Daarnaast zijn niet alle draadkleuren in een 90 graden uitvoering beschikbaar. Mogen wij de 70 en 90 graden bij elkaar door een bedradingskoker voeren? Wat ik op kan maken uit de norm moet dit geen probleem zijn, maar wat is de invloed van een 90 graden draad op een 70 graden draad in eenzelfde koker of gaat het puur om de kerntemperatuur?

  Voor de dimensionering van interne geleiders stelt de 61439 dat deze in overeenstemming moeten zijn met IEC 60364-5-52. Praktisch gezien mag hier gelezen ... Lees meer »

Stel uw vraag

Heeft u geen oplossing voor uw probleem gevonden? Abonnees krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen aan onze deskundige expert(s). Binnen een week kunt u een antwoord verwachten.
Klik hier voor het stel uw vraag formulier