sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Schakel- en Verdeelinrichtingen

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Schakel- en Verdeelinrichtingen-kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Schakel- en Verdeelinrichtingen

 

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Doorsnede van de interne bedrading

Indien de ingebouwde componenten zijn bedraad met PVC-geïsoleerd installatiedraad, mag de maximale temperatuur van deze draad niet worden overschreden. Vaak wordt er binnen verdeelsystemen met 90 oC PVC draad gewerkt (dit in tegenstelling tot elektrische installaties, waarin doorgaans 70 oC PVC isolatie wordt toegepast).

Bij een maximale lucht temperatuur van 55 oC in het verdeelsysteem betekent dit dat er voor de temperatuurstijging van de PVC isolatie nog 90 – 55 = 35K overblijft ten opzichte van de lucht in de kast. Interne geleiders moeten dus ‘dik genoeg zijn’ om te voorkomen dat ze te warm worden.

 

Specifiek

Indien een schakel en verdeelsysteem door middel van berekeningen wordt geverifieerd, geeft het voorschrift aanwijzingen voor de doorsnede van de interne bedrading. Uitgangspunt is dat interne geleiders een minimale kabeldoorsnede moeten hebben gebaseerd op 125% van de toegestane stroom In van de functionele unit (‘eindgroep’ of ‘voedingsveld’) volgens IEC 60364-5-52.

De gemiddelde gebruiker in Nederland zal waarschijnlijk niet bekend zijn met IEC 60364-5-52, maar in vrij vertaald Nederlands is dit  ‘kabeldimensionering volgens NEN 1010’.

Voor de uitvoer van deze kabeldimensionering kan worden doorverwezen naar de kennisbank NEN 1010, echter enige uileg voor schakel- en verdeelsystemen is op zijn plaats.

 

Onderstaande tabel geeft een voorbeeld dat ook in de NEN/EN/IEC 61439-1 Annex H wordt gegeven.

 

Bedrijfsstroom en vermogensverlies van eenaderige koperen kabels met een toegelaten geleidertemperatuur van 70 °C (luchttemperatuur binnen de schakelinrichting: 55 °C).

 

Wat opvalt in de tabel is dat er een voorbeeld van drie verschillende installatie wijzen wordt gegeven. Deze installatiewijzen zijn in schakel – en verdeelsystemen vaak terug te vinden.

 

Deze installatiewijzen zijn in schakel – en verdeelsystemen vaak terug te vinden.

 

Met nadruk wordt erop gewezen dat bovenstaande tabel een voorbeeld tabel is. Ook gaat de tabel uit van een toegestane geleidertemperatuur van 70 oC (‘70 oC PVC’). Bij een maximale luchttemperatuur van 55 oC in het verdeelsysteem betekent dit dat er voor de temperatuurstijging van de PVC isolatie nog slechts 70 – 55 = 15K overblijft ten opzichte van de lucht in de kast.

Interne geleiders moeten dus ‘dik genoeg zijn’ om te voorkomen dat ze te warm worden. Tenslotte staat in de tabel bij gebundeld draad en bij draad in een kabelgoot dat er twee circuit gelijktijdig zijn belast.

Een en ander behoeft nadere uitleg. Deze is opgesplitst in:

  • Met welke eisen moet bij het dimensioneren van interne bedrading rekening worden gehouden.
  • IEC 60364-5-52 (NEN 1010): installatiewijzen versus de aanleg van interne bedrading.
  • IEC 60364-5-52 (NEN 1010): correctiefactoren voor verhoogde omgevingstemperatuur.
  • IEC 60364-5-52 (NEN 1010): correctiefactoren voor meerdere belaste circuits.

Met welke eisen moet bij het dimensioneren van interne bedrading rekening worden gehouden

Voor de doorsnede van de interne geleiders geldt dat alle geleiders een minimale doorsnede moeten hebben die is gebaseerd op 125% van de toegelaten waarden van de bijbehorende stroomketen.

 

Zoals aangegeven in ‘Doorsnede van de interne bedrading; specifiek’ zijn er twee situaties van belang die kunnen worden gebruikt voor de dimensionering van de interne geleiders.

 

1. Een individuele eindgroep moet in staat zijn 100% van zijn nominale stroom InC te voeren zonder dat de limieten van de temperatuurstijgingen worden overschreden. De overige eindgroepen zijn onbelast.

 

Voorbeeld van één belaste stroomketen.

 

Voor de interne geleiders geldt:

Eis 1: de interne geleider moet in staat zijn 125% van de toegekende stroom InC te kunnen voeren als deze geleider in zijn ééntje is belast. Er is dan dus sprake van 1 (één) belaste stroomketen.

 

2. Alle eindgroepen gezamenlijk en gelijktijdig belast moeten in staat zijn hun nominale stroom maal de gelijktijdigheidsfactor te voeren, zonder dat de limieten van de temperatuurstijgingen worden overschreden.

 

Onderstaande afbeelding toont een voorbeeld met een gelijktijdigheidsfactor van 0,6 (60%).

 

Voorbeeld met een gelijktijdigheidsfactor van 0,6.

 

Dit leidt tot een tweede eis:

Eis 2: de interne geleider moet in staat zijn 125% van de toegekende stroom InC maal de gelijktijdigheidsfactor te kunnen voeren als de geleiders gelijktijdig zijn belast. Er is dan dus sprake van meerdere belaste stroomketens.

IEC 60364-5-52 (NEN 1010): installatiewijzen versus de aanleg van interne bedrading

IEC 60364-5-52 (NEN 1010): correctiefactoren voor verhoogde omgevingstemperatuur

Corrigeer op basis van onderstaande tabel (NEN 1010 tabel A.52-15) voor een afwijkende temperatuur van de lucht in het verdeelsysteem (correctiefactor verhoogde omgevingstemperatuur).

 

Let op: de NEN 1010 gaat uit van een standaard luchttemperatuur van 30 oC. De NEN/EN/IEC 61439 gaat bij de standaard omgevingsomstandigheden al uit van een omgevingstemperatuur van 35 oC. Daar komt dan de temperatuurverhoging van de lucht in de kast nog bij. De temperatuur van de lucht in de kast kan, uitgaande van deze 35 oC omgevingstemperatuur,  al snel 50 – 55 oC worden.

 

IEC 60364-5-52 (NEN 1010): correctiefactoren voor meerdere belaste circuits

Corrigeer op basis van onderstaande tabel (tabel NEN 1010 A.52-18)  voor meerdere belaste circuits (correctiefactor meerdere belaste circuits).

 

Let op: de NEN 1010 gaat uit van een standaard 1 belast circuit.

Voorbeeld correctiefactor meerdere belaste circuits

In onderstaand voorbeeld wordt een draad met 2 geleiders van 0,75 mm2 belast met 8A. Feitelijk is dit ‘draad gebundeld, 1-fasee (2 geleider) circuit’

 

Door middel van de meting van de temperatuur wordt vastgesteld wat de temperatuurstijging is van één circuit belast en 9 circuits belast.

 

 

Voorbeeld draad met 2 geleiders belast.

 

  • Voor één circuit belast is de temperatuur stijging 10K (ofwel 10 oC)
  • Voor 9 circuits belast is de temperatuur stijging 50K (ofwel 50 oC)

 

In eerste benadering is de temperatuurstijging recht evenredig met de stroom in het kwadraat.

Indien voor bovengenoemde situatie de 9 belaste circuits een zelfde temperatuurstijging zou moeten hebben als 1 circuit belast, kan de correctiefactor voor de stroom worden berekend.

Op basis van deze eenvoudige meting wordt een correctiefactor van 0,45 gevonden. De NEN 1010 geeft in onderstaande tabel (tabel NEN 1010 A.52-18) voor 9 circuits een correctiefactor van 0,5. Dit komt redelijkerwijs overeen.

Voorbeeld dimensioneren interne bedrading

 

Verdeelsysteem:

  •  InA = 25A (opmerking: component maximaal 80% belast, 32A schakelaar toegepast)
  • Eindgroepen: InC = 12,8A (opmerking: maximaal 80% van 16A)
  • Gelijktijdigheidsfactor: 0,8
  • Temperatuur van de lucht in de kast: 55oC

 

Bedrading:

1. Hoofdschakelaar naar KAM rail:

  • Bedrading uitleggen op 125% van 25A à 32A.
  • Installatiewijze is gebundeld (F).
  • Gebruikte bedrading: 90oC montagedraad.
  • 3 fasen circuit (3 aders belast).

 

Voor de correctiefactoren geldt:

- Temperatuur van de lucht in de kast: 55oC > correctiefactor 0,76.

- Aantal belaste circuits: 1 > correctiefactor 1.

 

Resultaat: doorsnede bedrading is 4 mm2

 

2.  Automaten naar rijgklemmen:

  • Bedrading uitleggen op:
    • eén circuit belast: 125% van 12,8A > 16A;
    • meerdere circuits belast met de gelijktijdigheidsfactor: 125% van 0,8 x 16A à 12,8A.
  • Installatiewijze is in één laag (F).
  • Gebruikte bedrading: 90oC montagedraad.
  • 1 fasen circuit (2 aders belast).

 

Voor de correctiefactor voor de temperatuur in de kast geldt:

  • Temperatuur van de lucht in de kast: 55oC > correctiefactor 0,76.

 

Eis 1:

Een individuele eindgroep belast > 16A, 1 belast circuit.

Aantal belaste circuits: 1 > correctiefactor 1.

De totale correctiefactor voor zowel verhoogde luchttemperatuur (0,76) als voor het aantal gelijktijdig belaste circuits (1) wordt 0,76 x 1 = 0,76.

 

 

Eis 2:

Eindgroepen gelijktijdig belast à 12,8A.

Let op: per fase kunnen maximaal 2 enkelfasige eindgroepen worden belast, dan voert de voeding 100% van de InA.

Er is dan sprake van 6 gelijktijdig belaste circuits. De correctiefactor voor 6 gelijktijdig belaste circuits is 0,79.

De totale correctiefactor voor zowel verhoogde luchttemperatuur (0,76) als voor het aantal gelijktijdig belaste circuits (0,79) wordt 0,76 x 0,79 = 0,6.

 

Resultaat: doorsnede bedrading is 1,5 mm2

 

Berekening Watt-verliezen interne bedrading

Aan de hand van de stroom en de weerstand van de interne bedrading kunnen de Watt-verliezen van de interne bedrading worden berekend.

Let wel dat voor de berekening van de Watt-verliezen van de interne bedrading en componenten moet worden uitgegaan van de nominale stroom Inc van het betreffende circuit.

 

Voor de Watt-verliezen kan worden geschreven:

Pv = I2 x R

 

waarin:

  • Pv         = het vermogensverlies per meter
  • I            = de nominale stroom Inc
  • R          = de weerstand per meter

 

Voor de weerstand van de geleider per meter geldt:

waarin:

R          = het vermogensverlies per meter

k3         = de stroomverdringingsfactor (eerste aanname: 1)

k          = de geleiding van koper

A          = de doorsnede van de geleider

a          = de temperatuurcoëfficiënt van de weerstand,

a=  0,004 K-1

Tc          = de temperatuur van de geleider

 

Uitwerking voor 70 oC en 90 oC montagedraad: